Leren in de praktijk: Samen zorgen voor gemotiveerde stagiaires

Hoe zorgen we voor gemotiveerde stagiaires, zodat we én het tekort aan stageplaatsen oplossen én het grote aantal openstaande vacatures vullen? Met het project Leren in de praktijk geven Albeda Zorgcollege en stichting Gezond op Zuid een pasklaar antwoord op deze vraag. 

“We zijn een grote organisatie met zeven gezondheidscentra”, vertelt Marieke Sikkens, directeur Zorg van stichting Gezond op Zuid. “Je zou verwachten dat we aardig wat stageplaatsen voor studenten van de opleiding tot doktersassistent in de aanbieding hadden. Maar dat was tot voor kort niet zo. Sterker nog: er was nauwelijks animo voor bij onze medewerkers. ‘Het kost ons veel tijd om te begeleiden, stagiaires zijn niet altijd gemotiveerd en hun sociale vaardigheden laten te wensen over’, hoorden we van hen terug.”

Tegelijkertijd liep Gezond op Zuid tegen een ander probleem aan: het vervullen van de vacatures. Marieke: “Het bleek lastig om ervaren doktersassistenten te vinden. En de pas afgestudeerden die we aannamen, voldeden eigenlijk niet aan onze verwachtingen. Toen dacht ik: we moeten met Albeda Zorgcollege gaan praten over de aansluiting tussen opleiding en praktijk.”

Kloof in kaart

Jenneke van de Rovaart, BPV-coördinator bij Albeda Zorgcollege, nam die uitnodiging met beide handen aan: “Wij zaten te springen om stageplaatsen voor onze studenten en zijn heel open in gesprek gegaan. Dat was best confronterend. Vanuit Albeda Zorgcollege vinden we dat we een goede opleiding zijn. Maar de praktijkopleiders van Gezond op Zuid liepen aan tegen een gebrek aan motivatie en basisvaardigheden bij onze stagiaires. Ze vonden de begeleiding lastig en ons beleid rigide.” “Stagiaires kwamen hier soms met stageopdrachten waar ze niets mee konden”, vult Marieke aan. “Bijvoorbeeld het geven van feedback aan een ervaren assistente over wat er beter kan. En een stage door laten lopen tijdens de schoolvakantie, was niet bespreekbaar. Terwijl stagiaires dat zelf soms graag willen. Ook omdat we hen in de rustige vakantieperiode meer persoonlijke begeleiding kunnen bieden.”

Workshops

Samen met Thérese Nleng van Balans in Welzijn, het adviesbureau dat Gezond op Zuid al ondersteunde bij de werving en selectie van nieuwe doktersassistenten, brachten Marieke en Jenneke de hiaten tussen opleiding en beroepspraktijk in kaart. Vervolgens schreven ze een plan voor het pilotproject Leren in de Praktijk waarmee ze extra financiële ondersteuning kregen van Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (SSFH). Marieke: “Dat gaf ons de mogelijkheid bureau Balans in Welzijn in te schakelen bij de intake van nieuwe stagiaires en om workshops over beroepsvaardigheden te geven. “De workshops zijn een aanvulling op het schoolprogramma en geven we hier in de praktijk”, legt Thérese uit. “We bespreken bijvoorbeeld de zorgvisie van Gezond op Zuid. Wat spreekt jou daarbij aan en waarom? En wat betekent dat voor jouw rol als doktersassistent? Zo komt er vanzelf een verdiepingsslag waarbij de stagiaires naar zichzelf als professional leren kijken. Andere workshops gaan over normen en waarden, presenteren of omgaan met feedback. We bieden vooral ruimte voor reflectie. Je ziet dat stagiaires enorm groeien door van een afstand naar zichzelf en hun plek in de praktijk te kijken.”

Halen en brengen

Uitgangspunt bij het project Leren in de Praktijk is de stagiair zo te begeleiden dat hij of zij het beste uit zichzelf kan halen. Thérese: “We selecteren op motivatie, studenten moeten hier echt voor kiezen. Tijdens de intake vragen we: Wat zou jij willen leren gedurende deze stage? Wat wil jij verder ontwikkelen? Op basis daarvan kijken we waar de student begeleiding nodig heeft.”

“Het gaat niet alleen om wat ze hier kunnen leren, maar ook om wat zij meebrengen”, vervolgt Marieke. “Heb jij een hoop energie? Nieuwe ideeën? Kun je goed contact maken? Daarover nadenken geeft stagiaires het gevoel dat ze van waarde zijn, dat ze iets kunnen bijdragen. We willen dat de stage een ervaring wordt waar ze met plezier op terugkijken. Dat is hard nodig want we hebben hen straks nodig als ze klaar zijn met hun opleiding.”

Simulatieplein

Een ander knelpunt dat naar voren kwam in het gesprek tussen Gezond op Zuid en Albeda Zorgcollege, waren de onduidelijke verwachtingen over en weer. Wat moest de stagiaire nu precies leren tijdens de stage? En wie was verantwoordelijk voor wat? Jenneke: “We hebben een 20-wekenschema opgesteld dat de student, de werkbegeleider en de studieloopbaanbegeleider houvast biedt. Ook hebben we heldere afspraken gemaakt over de begeleiding van de student in de praktijk, en vanuit de school. De lijnen tussen school en praktijk zijn heel kort. Als contactpersoon van Albeda ben ik vaak bij de gezondheidscentra te vinden. Zijn er vragen of strubbelingen, dan ben ik snel in beeld. Marieke: “De werkbegeleiders zijn erg belangrijk binnen de nieuwe aanpak. In plaats van het aftekenen van handelingen die stagiaires zelfstandig hebben uitgevoerd, coachen zij de stagiaires in hun ontwikkeling. En we zijn natuurlijk erg blij met het nieuwe Simulatieplein bij Albeda Zorgcollege. Daar kunnen de assistenten hun praktijkvaardigheden alvast goed oefenen. Dat scheelt ons veel uitleg en begeleidingstijd.”

Verbreden en verdiepen

In februari 2020 start alweer de derde lichting studenten binnen de pilot Leren in de Praktijk. Jenneke: “We willen de aanpak graag verbreden en hebben al contact met huisartsenpraktijken in Rotterdam Noord die mee wil doen. Uiteindelijk hopen we een groot deel van Rotterdam mee te krijgen. Niet alleen huisartsenpraktijken, maar ook ziekenhuizen. Een gedeelte van onze studenten wil graag een ziekenhuisstage doen en de intake daarvoor is behoorlijk streng. We merken dat studenten die deelnamen aan de pilot, makkelijker door die intake heenkomen. Ze kunnen zich beter presenteren, zijn zelfbewuster en weten wat ze willen.”

Thérese: “In dit project zijn we allemaal student. We gebruiken elkaars ervaringen en feedback – ook die van de stagiaires – om de aanpak door te ontwikkelen.” “Er is geen format voor”, vult Marieke aan. “Het begint bij een open gesprek tussen school en werkveld. Zo krijg je zicht op wat er van beide kanten nodig is. Er moet vertrouwen ontstaan en het draagvlak moet groeien. Dat heeft tijd nodig.” Jenneke: “Dat klopt. Onze docenten zijn voortdurend op zoek naar nieuwe mogelijkheden van opleiden voor studenten in de praktijk . Daar sluit dit project mooi op aan. Daar ben ik blij mee.”

BRON